Party like it’s 1817
Hoofdschuddend las ik de stompzinnige nieuwe plannen van de Amerikaanse overheid. Dit maal niet enkel uit Trumps slecht doordachte koker, maar een plan gesteund door zowel Republikeinen als Democraten. Het gaat om de MATCH Act. Een wetsvoorstel dat, als het aangenomen wordt, nog meer restricties legt op chip- en AI-bedrijven om handel met China te drijven. Waarom? Omdat de Amerikanen doodsbang zijn dat China ook met de rest van de wereld gaat meespelen. En als deze restricties enkel voor Amerikaanse bedrijven zouden gelden, dan kunnen wij hier in Europa nog onze schouders ophalen. Maar het gaat voor alle bedrijven wereldwijd gelden. Als straks de Amerikanen vinden dat jij te veel gloednieuwe technologie aan Chinese klanten verkoopt, dan gaat jouw hele land extra importheffingen betalen en andere straffen krijgen. Amerikaans exceptionalisme ten top.
“Terug in de tijd”
Dat ik een groot voorstander ben van open wereldhandel, zal niemand verbazen. Ook ben ik een voorstander van duidelijke en eerlijke spelregels. Bij goede handel worden alle deelnemende partijen er beter van. En ja, soms hoort protectionisme daar ook bij. Er zijn scenario’s denkbaar waarbij het beschermen van je markten het meeste voordeel oplevert voor iedereen. Maar deze voorgestelde MATCH Act is dat niet. Het toornt namelijk aan het fundament van vrije handel.
Dit fundament werd in 1817(!) heel goed beschreven door econoom David Ricardo, in zijn standaardwerk On the Principles of Political Economy and Taxation. Hierin bepleit Ricardo dat alle landen profiteren van handel, zelfs als ze efficiënter zijn dan hun handelspartner. Een radicaal nieuw gedachtegoed destijds.
Stel je voor: land A en land B produceren beide wijn en kleding van eenzelfde kwaliteit. Land B is in alle opzichten efficiënter dan land A. De wijnindustrie in land A heeft gemiddeld 4 fulltime werkkrachten (FTE) nodig om een vat wijn te produceren, terwijl de wijnindustrie in land B hier maar 1 FTE voor nodig heeft. En de kledingindustrie van land A heeft 3 FTE nodig om een container broeken te maken, terwijl land B hier maar 2 FTE voor nodig heeft. In alle opzichten zou land B dus de industrieën in land A kunnen wegconcurreren en domineren. Maar als ze hun relatief beste producten tegen elkaar ruilen, dan wint iedereen. Kijk maar.
Basis situatie
Land A: 4 FTE voor wijn + 3 FTE voor kleding = 7 FTE voor wijn + kleding
Land B: 1 FTE voor wijn + 2 FTE voor kleding = 3 FTE voor wijn + kleding
Specialisatie en handel
Land A: produceert 2x kleding = 6 FTE
Land B: produceert 2x wijn = 2 FTE
Land A en land B verhandelen 1 wijn voor 1 kleding
Land A heeft nu wijn + kleding voor 6 FTE (winst van 1 FTE)
Land B heeft nu wijn + kleding voor 2 FTE (winst van 1 FTE)
Uiteraard is dit een grove versimpeling van de werkelijkheid. Maar het fundamentele principe staat, meer dan 200 jaar later, nog steeds als een huis. Het is de basis van vrijwel alle vrije internationale handel. En zoals Ricardo het in de titel van zijn boek al treffend aangaf; het is politieke economie. Helaas zien we nu dus politieke leiders die ons willen terugbrengen naar voor 1817! Ik schud mijn hoofd.
Beeld: cover van David Ricardos boek. Foto: online uitgeverij